Naar de inhoud

Toelichting schema Zorgstructuur

Inleiding
Handelings- en oplossingsgericht werken is de onderliggende visie van waaruit de zorgstructuur is opgebouwd. Binnen alle zes niveaus binnen deze zorgstructuur geldt: het bieden van “passend onderwijs” binnen een “goed pedagogisch klimaat” door “handelingsgericht te werken” in de groep, uitgaande van de drie basisbehoeften van kinderen (relatie, competentie en autonomie).
Het goed volgen en evalueren van het geboden onderwijs binnen de basiszorg van de school (niveau 1 t/m 3) zorgt ervoor dat duidelijk wordt of:
-          De leerlingen de gestelde doelen halen
-          De leerlingen profiteren van het onderwijs en de extra hulp
-          De instructie en/of hulp van de leerkracht en het curriculum effectief zijn.
Als blijkt dat de zorg binnen de basiszorg niet toereikend is,  dan kan de school een beroep doen op ondersteuning door externe deskundigen vanuit de zogenaamde breedte- en dieptezorg (niveau 4 t/m 6).
Op het moment dat er onvoldoende effect is van het aanbod op het betreffende niveau, wordt – altijd – handelingsgericht – overgegaan naar de volgende stap. Er wordt gezocht naar een onderwijs- en hulpaanbod dat effectief is. De vragen ‘Wat werkt voor dit kind?’ En ‘Wat behoeft verandering?’ zijn daarbij leidend. Door het zetten van de juiste stappen binnen de zorgstructuur, op schoolniveau en op bovenschools niveau, wordt passend onderwijs mogelijk. De uitwerking van ieder niveau staat  hieronder verder beschreven.
 
Niveau 1: De leerkracht in de groep (basiszorg)
Op niveau 1 werkt de leerkracht handelingsgericht, doet interventies naar aanleiding van eigen observaties en (toets)resultaten van de leerlingen. De ontwikkeling van iedere leerling wordt nauwkeurig gevolgd door middel van methode gebonden en methode onafhankelijke / landelijk genormeerde toetsen.
Bij interventies in deze stap denken we onder andere aan voorinstructie of juist verlengde instructie, kleine aanpassingen in het standaard leerstofaanbod en het investeren en onderhouden van een goede relatie met iedere leerling.
De leerkracht legt deze interventies, aanpassingen binnen het standaard aanbod, vast in een schooleigen document.
Met de ouders zijn regelmatig gesprekken over de ontwikkeling van hun kind en de handelingsgerichte afstemming van het onderwijsaanbod hierop.
 
Niveau 2: De leerkracht overlegt met collega’s (basiszorg)
Op niveau 2 gaat de leerkracht op collegiaal niveau op zoek naar reflectie en feedback om oplossingen te zoeken voor gestelde problemen. Het gaat om het uitwisselen van ideeën en oplossingen waarmee de inbrenger als het ware ‘de volgende dag’ verder kan. Dit kan worden vastgelegd in en groepsplan. In deze fase kan de leerling ingebracht worden in een bouw-, team- of leerlingbespreking. De school kan er ook voor kiezen dit op niveau 3 te doen.
Met de ouders zijn regelmatig gesprekken over de ontwikkeling van hun kind en de handelingsgerichte afstemming van het onderwijsaanbod hierop.
 
Niveau 3: De leerkracht overlegt met de intern begeleider (basiszorg)
De leerkracht bespreekt de eigen hulpvraag m.b.t. een leerling tijdens een collegiale consultatie met de intern begeleider. Hiervoor wordt een schooleigen document of het HGW-formulier ingevuld. De school kan er ook voor kiezen om het HGW-fomulier op niveau 1 of 2 (deels) in te vullen. Op grond van dit overleg volgt een voorlopige probleemverklaring en worden handelingsgerichte acties geformuleerd.
De visie en ervaringen van de ouders worden hierbij altijd actief betrokken. Tijdens deze stap worden alle kansen en belemmeringen van de ontwikkeling van het kind in de school- en gezinssituatie / vrije tijd gericht in kaart gebracht. De school kan overwegen om ook gesprekspartners vanuit de omgeving van het kind te betrekken.
Tevens kan bekeken worden welke andere (externe)  expertise eventueel nodig is om het kind goed te kunnen helpen. De school is wettelijk verplicht ouders toestemming te vragen voor deze inzet.
Afspraken worden vastgelegd, zo mogelijk in het HGW-formulier (proceskant). De daar genoemde acties kunnen worden uitgewerkt in een handelingsplan (resultaatgericht), rekening houdend met de onderwijsbehoeften. De onderwijsbehoeften kunnen eveneens in het HGW-formulier kort worden beschreven of in een afzonderlijk document. 
 
Niveau 4: Inschakelen externe expertise op school (breedtezorg)
Op niveau 4 wordt van buiten de school extra expertise ingezet in en op de school zelf. De orthopedagoog kan aanschuiven bij de leerlingbespreking van de leerkracht en intern begeleider (en bij voorkeur met ouders). Indien wenselijk kunnen ook het Maatschappelijk Werk en de jeugdverpleegkundige van de GGD hierbij betrokken worden. Zij vormen samen met de intern begeleider en de orthopedagoog het zgn. zorgteam op schoolniveau. Voor het inschakelen van externe en de uitwisseling van informatie dient de school vooraf de ouders te informeren en hun schriftelijke toestemming te vragen.
Consultatiegesprekken met de orthopedagoog zijn voor het hele jaar ingepland en vinden bij voorkeur plaats onder schooltijd. Binnen deze gesprekken staat centraal hoe de leerkracht handelingsgericht verder in de klas aan de slag kan.
Tijdens de consultatiegesprekken en het overleg in het zorgteam zoeken alle betrokkenen vanuit de eigen deskundigheid met elkaar naar bruikbare oplossingen. Daarbij wordt gekeken naar de rol van alle personen in de omgeving van het kind. Gezocht wordt naar kansen in zowel de onderwijsleersituatie, de thuissituatie als ook binnen de vrije tijd, om het kind verder te helpen en de problemen hanteerbaar te maken. De hulpvraag van de leerkracht blijft hierbij het uitgangspunt. Zo kan men besluiten, waar dat zinvol is en beter inzicht in het functioneren van het kind in relatie tot de omgeving, tot nader (deel)onderzoek. Ook kan besloten worden om de inzet van een preventief ambulant begeleider van het Samenwerkingsverband of vanuit de REC’s aan te vragen (niveau 5).
Indien de betrokkenen samen onvoldoende tot oplossingen komen om het kind die ondersteuning te bieden die het nodig heeft, kan men samen besluiten tot het vragen van advies aan het multidisciplinair OnderwijsZorgLoket van het Samenwerkingsverband.
Indien na een zorgvuldige afweging met betrokkenen gekozen wordt voor de aanvraag van een indicatie voor het speciaal onderwijs dient het OZL ingeschakeld te worden. Ouders moeten hiervoor schriftelijk toestemming verlenen middels het toestemmingsformulier voor de verklaring van ontoereikende zorg. 
Het OZL bepaalt of er sprake is van ontoereikende zorg; namelijk de specifieke expertise die de leerling nodig heeft kan het samenwerkingsverband niet bieden (niet op een andere basisschool of het SBO). 
Deze verklaring van ontoereikende zorg is nodig om een indicatie aan te vragen. De verklaring kan alleen afgegeven worden als uit het dossier blijkt dat de leerling ook besproken is met de orthopedagoog (niveau 4) en de keuze voor de aanvraag is onderbouwd.

 
Niveau 5: Inschakelen van bovenschoolse expertise (breedtezorg)
Op niveau 5 vraagt de school advies of ondersteuning op bovenschools niveau aan het OnderwijsZorgLoket (multidisciplinair). Dit betekent dat het kinddossier de school uit gaat.
Op hoofdlijnen kan het gaan om de volgende soorten vragen:
-            advies over een passende onderwijssetting
-            aanvraag voor preventieve ambulante begeleiding respectievelijk schoolmaatschappelijk
             werk (schriftelijke procedure)
-            een handelingsgericht advies aan school over de begeleiding van kinderen met
             psychosociale problemen en ondersteuning bij het vinden en bieden van de juiste hulp
             aan kinderen en hun ouders/verzorgers.
School vraagt ouders om toestemming voor de bespreking in het OZL en verzamelt informatie. School neemt deel aan de OZL-bespreking. Ouders kunnen hierbij eveneens aanwezig zijn. Afhankelijk van de vraagstelling schuiven verschillende disciplines aan.
 
Niveau 6: Op maat aanbod voor de leerling (dieptezorg)
Op niveau 6 vragen ouders samen met school een beschikking of een indicatie aan. Hiervoor zijn vooralsnog twee mogelijkheden: het Speciaal Basisonderwijs (SBO) of het Speciaal Onderwijs (SO). Het is mogelijk de indicatie Speciaal Onderwijs om te zetten in het zogeheten “rugzakje”, waarmee de expertise en extra begeleiding op de eigen basisschool ingezet wordt. Daarnaast kan men op niveau 6, maar natuurlijk ook al eerder, de doorstap maken naar de jeugdhulpverlening.
Plaatsing op het SBO kan alleen met een beschikking van de PCL van het Samenwerkingsverband. Ouders dienen samen met school bij het OnderwijsZorgLoket een verzoek in tot plaatsing op een speciale school voor basisonderwijs (SBO)
Mocht het OZL adviseren om een indicaite voor het Speciaal Onderwijs aan te vragen dat stelt het OZL tevens een verklaring van ontiereikende zorg op. Dit betekent dat de specifieke expertise die de leerling nodig heeft op geen van de basisscholen of het SBO in het samenwerkingsverband beschikbaar is. De verklaring is nodig om de indicatie aan te vragen.

Voor kinderen met een handicap of stoornis is het reguliere aanbod op een basisschool niet altijd voldoende. Zij hebben extra ondersteuning nodig om onderwijs te kunnen volgen. Om te beoordelen welke kinderen deze extra ondersteuning nodig hebben is er per REC een onafhankelijke commissie (CvI Commissie voor Indicatiestelling) die dit voor elk kind beoordeelt. Deze commissie beoordeelt op grond van landelijke criteria of een kind in aanmerking komt voor deze indicatie (leerlinggebonden financiering). Ouders moeten de aanvraag zelf doen. School voorziet ouders van de juiste documenten. Hierin moet o.a. worden aangetoond wat op niveau 1 t/m 3 is ondernomen en wat hiervan de resultaten waren. Ook moet zichtbaar zijn wat het Samenwerkingsverband hierin voor de scholen heeft betekend: dit moet blijken uit de documentatie van niveau 4 en 5. Vooralsnog stelt de adviseur Leerlingenzorg deze verklaring van ontoereikende zorg op. In het schooljaar 2011-2012 zal deze verantwoordelijkheid bij het OnderwijsZorgLoket komen te liggen.

Ontwerp en CMS door A&M ImpacT